1. Skip to Menu
  2. Skip to Content
  3. Skip to Footer>

 

Dhoca BANNER Verselekijkernew VogelhuisNijlandnew ROPAnew
bannerkoeh Verselebannernew Belgavet Pigeonvitalitynew
 
Filter
  • Zo zeggen zij (1)

    adschaerSoms hoor je mensen, ik doel vooral op goede spelers, uitspraken doen die je bij blijven. Omdat je er van kan leren of omdat ze je doen twijfelen.

    Twijfelen is geen slechte eigenschap, integendeel.

    Het is een kenmerk van de kampioenen.

     

    DE WETENSCHAPPER

    Zo vroeg een dierenarts uit Roemenie, helemaal gek van duiven en ook een zoeker, wat ik vond van blauwzwarte tongen.

    Hem was opgevallen dat hij heel soms duiven met zulke tongen in handen kreeg maar daar was nog nooit een goede bij.

    Ooit merkte Duitse T v Ravenstein hetzelfde op en ook van Taiwanese geldspelers is bekend dat ze nooit een duif zullen kopen met blauwzwarte tong vanwege niets waard. En met duiven die niets waard zijn verlies je in Taiwan heel je hebben en houden als je niet oppast.

    Ik ben maar een simpele plattelander en wist niet goed wat ik aanmoest met de vraag over zwarte tongen.

    Ook omdat ik duiven alleen in de bek kijk als ik twijfel aan de gezondheid.

    Daarom maar hulp gezocht en enkele dierenartsen en wetenschappers om hun mening gevraagd.

    De een dacht aan ademhalingsproblemen.

    De ander vond dat flauwe kul. Bij kippen zou wel verband bestaan tussen donkere tongen en luchtweginfecties maar volgens hem kan je duiven niet met kippen vergelijken.

    Weer een ander dacht aan erfelijkheid.

    Dat stemde overeen met wat “onze” Roemeen ondervond.

    Die had hier veel duiven gekocht waaronder 3 met een zwarte tong.

    En wat bleek?

    Geen van die drie was iets waard en alle 3 kwamen ze van hetzelfde hok.

    Moeten we duiven met een zwarte tong dus verwijderen?

    Ik weet het niet. Misschien wel ja.

     

    GRONDELAARS

    Toen ik ooit bij Grondelaars duiven wilde kopen zei die:

    “Je moet vitesseduiven kopen en die kruisen. Dan heb je meer kans op slagen omdat vitesseduiven alvast bewezen te beschikken over de voornaamste eigenschap die een duif moet hebben; een goed orienteringsvermogen.

    Wat heb je aan onvermoeibare ijzersterke duiven als die te dom zijn de meest rechte weg naar huis te kiezen?”

    En Jan was niet alleen een man van woorden.

    Hij kocht bij Hofkens de Eenoog. Die zou 51 eerst prijzen gewonnen hebben op Quievrain. Onmogelijk natuurlijk, maar dat terzijde, een super was die Eenoog.

    Bij van Reet kocht hij de Prins, nog zo”n duif die de ene eerste na de andere won.

    Als je googlet naar die Prins zie je dat de een melding maakt van 26 eerste prijzen, de ander van 32 en weer een ander van 41.

    Zijn broer “de Daniel” zou zelfs 57 eerste prijzen gewonnen hebben en er zou een vlucht van Quievrain geweest zijn dat ze 1 en 2 wonnen met een voorsprong van 8 minuten. En dat van 120 km.

    Dat beweert althans ene Mclaughin in Engeland die natuurlijk die soort heeft.

    In zoveel eerste prijzen geloof ik weer niet maar dat het bijzonder goede duiven waren staat vast en Grondelaers onderschreef zijn gelijk: De nazaten van de vitesseduiven die hij kocht maakten hem beroemd op de kleine fond.  

     

    DAEMS

    In de 90-er jaren was tegen Daems en zoon uit Bevel amper te vliegen.

    Toen ik er eens met een vriend was om wat jongen te halen vroegen we wat zijn beste kwekers waren.

    Miel: “Als je het moet hebben van de jongen van je favoriete koppels heb je een probleem. Je moet de goede of zelfs je beste duiven ook uit andere kunnen fokken of je kweekhok is in de breedte niet sterk.”

    Het doet denken aan Klak.

     

    KLAK

    De vaandeldrager op het hok Klak was jarenlang de 613.

    En uiteraard wilden potentiële kopers liefst jongen, broers of zusters van die 613.

    Als ze naar de prijs vroegen keek Klak ze vragend aan om dan te antwoorden: “Ik heb EEN prijs voor alle jongen (250 e). Je weet toch niet waar de beste uitkomen.”

    Klak was in die dingen nuchter.

    Toen P v d Loo er eens 4 jongen kocht en zei dat die toch wel prijzig waren reageerde Klak “ja het is inderdaad veel waarbij komt dat de kans dat er een echt goede bij zit te verwaarlozen is”.

    Natuurlijk had iemand met zo veel vraag naar duiven wel makkelijk praten.

     

    SCHELLENS EN ANDEREN

    Wijlen Karel Schellens was iemand met centen die de beste duiven kocht die hij kon kopen. Het was voordat de Chinezen hier de markt ontwrichtten.

    Die Schellens nu ontmoette ik soms bij diens boezemvriend Voets.

    Schellens, Voets en Christiaens waren maten.

    Ik wist wat Schellens zoal op de hokken had en was nieuwsgierig wat zijn beste kwekers waren.

    Hij haalde zijn schouders op.

    “Vroeger”, aldus Schellens, “bracht ik lange winteravonden door met het maken van koppelbriefjes. De laatste jaren houd ik me daar niet meer mee bezig en laat vrij paren. En wat concludeer ik?

    Ik kweek evenveel goede dan voorheen.”

    Sindsdien laat ik ook mijn duiven (gericht) vrij paren.”

    Naar verluidt doet ook kampioen Vanwinkel, ook nuchter als geen ander, hetzelfde.

    Mogelijk de grootste kampioenen die Midden Brabant kende in de tweede helft van de vorige eeuw waren Johan Verhoeven en zonen Goirle.

    Ik heb Albert dikwijls horen zeggen dat van koppelen amper werk werd gemaakt.

    Duiven die elkaar graag zagen mochten bij elkaar blijven.

    En toch kweekten ze jarenlang goede duiven.

    Geen vraag die ik meer haat dan de volgende:

    “Ik wil jongen van je kopen als je die doffer paart met die duiven.”

    Die komt dan meestal nog van mensen die nooit een duif van me zagen terwijl ik die toch dagelijks zie.

     

    VERKERK

    Het doet denken aan Verkerk, verre van dom: “Al kwamen uit een koppel nog zulke goede, ik laat dat niet op elkaar staan” aldus Bas.

    Zelf krijg ik soms ook de indruk dat hoe langer een kweekkoppel gepaard is hoe slechter de jongen worden.

    Natuurlijk ken ik ook die (zeer zeldzame) voorbeelden van 3 goede broers.

    Maar als uit dezelfde ouders 30 duiven werden gekweekt, en dat doe je gauw op 3 jaar tijd, komt dat nog maar neer op 10% goede.

     

    NORBERT PETERS

    Als jongen in maart en april niet willen vliegen maken liefhebbers zich begrijpelijk zorgen.

    Ik vond altijd dat het weinig te betekenen had, dierenarts Peters vindt dat het zelfs voordelen heeft.

    “Als ze niet vliegen kan je ze ook niet verliezen” beweert die.

    Wat zeker verkeerd lijkt, en geloof me sommigen doen dat, is nu antibiotica geven of “iets tegen de koppen” om jongen in de lucht te krijgen.

     

     

     

  • Frustrerend

    adschaerHet meest verwarrend
     
    Het is al weer ruim 2 maanden geleden dat de man op wilde staan maar met een kreet van pijn zich terug op bed liet vallen.
    Wat was me dat nu?
    Overal, maar vooral in de benen, helse pijnen.
    Hij probeerde het nog een keer.
    Het lukte niet.
    De huisarts gebeld, “zal wel van tijdelijke aard zijn”, zei die, “morgen kom ik terug”.
    De man deed de dekens over zijn hoofd en wachtte op de volgende dag.
    “Meteen naar de spoed” zei de huisarts toen die arriveerde.
     
    DOKTERS
    “Op de spoed” werd de man in een rolstoel van de ene witte jas naar de andere gesleept, van het ene onderzoek na het andere.
    En op korte tijd kreeg hij van de diverse artsen het volgende te horen.
    - De rug misschien?
    - Necrose in de botten?
    - Knieën versneld versleten.
    - Artrose?
    - De heup?
    - Een spierziekte?
    - Spierreuma?
    Als je iets mankeert is dat niet tof, als men niet weet wat is al even erg, maar het ergste voor ons gewone mensen is als dokters in al hun goede wil anders denken.
     
    DUIVENLIEFHEBBERS
    In duivensport zie je dat soms ook.
    En vooral beginners, mensen die al jaren slecht spelen, oudere liefhebbers, kortom de meerderheid, heeft daar last van.
    Als de college duivenliefhebbers andere meningen hebben tot daar aan toe, maar dat verwacht men niet van een dierenarts tegen wie men op ziet.
    Dat sticht verwarring.
    - Zo bezweert de ene dierenarts je met alles van de duiven af te blijven als daar niets mis mee lijkt.
    - De ander is er voor geen risico te nemen is adviseert voor het spel minstens een week te kuren met Soludox of Baytril om opstekende problemen te onderdrukken.
    - Weer een ander vindt dat je best de duiven na elke vlucht ontsmet met een kuurtje, en weer een ander vindt die eendaagse kuren dan weer flauwe kul.
    - Dan zijn er die adviseren voor een belangrijke vlucht te kuren. (Daarom dat je op vluchten als Bourges telkens weer dezelfde namen ziet?).
     
    ADENO
    Wat Adeno/coli betreft ongeveer eenzelfde verhaal.
    De meeste “deskundigen” zeggen: “Blijf er af bij een lichte infectie.”
    Anderen adviseren de jongen vanaf een leeftijd van10 weken elke week een dag te kuren. Of ze Adeno hebben of niet.
    Kwestie van problemen voor te blijven. Zeggen ze.
    Mij lijkt het bijna misdadig maar misschien is dat domheid mijnerzijds.
     
    PARATYFUS
    Paratyfus is nog zo”n omstreden punt.
    Zelf kuur ik daar elk najaar tegen.
    Absoluut nutteloos vinden de heren Marien en Ally.
    “Doen” is de opvatting van H de Weerd en Herbots.
    Misschien hebben Marien en Ally gelijk, misschien ook niet.
    Wat in hun voordeel spreekt is dat ze zelf hard met duiven spelen.
    Maar met die kuur zijn we er nog niet.
    Hoe zit dat met enten?
    Wel of niet doen?
    Opnieuw botsen meningen.
     
    ELEKTROLYTEN
    Eens schreef ik over elektrolyten, het meeste gejat van Internet.
    Zo gaat dat tegenwoordig.
    Een wetenschapper vroeg hoe ik er bij kwam dat je vochtverlies na een vlucht opvangt met elektrolyten.
    “Dat is de algemene opvatting van veel bekende dierenartsen en andere wetenschappers” zei ik.
    Dat wist hij.
    Maar volgens hem zaten ze er allemaal naast.
    Elektrolyten om vochtverlies op te vangen zou opgaan voor wezens die zweten zoals koeien, mensen enzovoorts.
    Maar duiven zweten alleen via de teentjes, dat is te verwaarlozen, en lijden vooral vochtverlies door ademen.
    En dat kan je met elektrolyten niet herstellen.
    Worden al die liefhebbers die na een warme vlucht elektrolyten toedienen dan op het verkeerde been gezet?
    Daar lijkt het op.
     
    GEEL
    Ook wat geel betreft zijn er (overdreven natuurlijk) bijna evenveel meningen als dierenartsen.
    - Voor het seizoen een grondige kuur van een week zegt de een.
    - Om de 3 a 4 weken 2 a 3 dagen kuren zegt de ander.
    - Weer een ander is er voorstander van om na ELKE vlucht een kuurtje van een dag te geven.
    En het zijn allemaal dierenartsen met naam en faam die dat beweren.
    Zijn het desondanks toch prutsers?
    Dat geloof ik niet.
    Kennelijk kan je duiven op verschillende manieren goed medisch begeleiden.
    En kan je zelfs hard spelen met weinig of geen medicijnen.
     
    DE LIEFHEBBER
    Maar, zoals gezegd wat moet er in velen omgaan, als ze die verschillende opvattingen horen en lezen?
    De dierenarts is iemand tegen wie ze opkijken, dat is de wetenschapper, en “wat die zegt zal ook zo wel zijn”
    Ik raad aan dat als het goed gaat je vast te houden aan je systeem.
    Wat je ook hoort of leest over anderen.
    En als het niet goed gaat, wat bij de meeste het geval is?
    Niet te snel overschakelen van de ene methode op de andere.
    Niet te snel hollen van de ene dierenarts naar de andere.
    Want ondanks dat die verschillend kunnen denken hebben die toch een visie meestal gebaseerd op jarenlange ervaring.
    Mankeren de duiven wat en biedt “het spul” dat je kreeg van je dierenarts geen uitkomst?
    Ga terug naar dezelfde dokter en doe je verhaal.
    Die vindt dat helemaal niet erg, integendeel.
     
    VOORBEELD
    In ieder geval zelf niet gaan zitten prutsen of slimmer willen zijn dat de dierenarts.
    Verleden jaar hadden veel duivin in mijn omgeving inwendige pokken wat erg lijkt op geel.
    Je wil niet weten hoeveel liefhebbers toen met een geelmiddel zijn gaan kuren.
    Tegen pokken dus.
    Bij problemen zal je naar een dierenarts moeten, dat die vaak verschillend denken neem je er maar op de koop toe.
    Een andere keus heb je niet.
     
    TWEE MAANDEN LATER
    De man lijdt nu 2 maanden die pijnen, hij kan nog steeds amper staan, zitten, lopen, zich aankleden of slapen.
    Alleen pijnstillers nemen dat lukt nog wel.
    En liggen natuurlijk.
    En ik kan het weten want die man…???
    Dat ben ik.

     

     

     

     

     

     

     

  • In deze tijd

    adschaerIn deze tijd hebben velen onder ons weer alle mogelijke soorten voer voor handen.
    Voor de kweekduiven, de eerste ronde jongen, de tweede ronde, de gescheiden vliegduiven enzovoorts.
    Bepaalde granen verdwijnen uit de mengeling, andere worden toegevoegd.
    Ik geloof daar allemaal niet in, ook niet in opvoeren en geef mijn duiven het hele jaar door hetzelfde voer.
    En steeds meer liefhebbers, waaronder grote kampioenen, zijn dat gaan doen.
    Een ervan is Louis Verheyen uit Scherpenheuvel, 2e Kampioen van Belgie met jonge duiven zo las ik.
     
    MEDELIJDEN
    Soms krijg ik medelijden met die mensen die het zichzelf zo moeilijk maken.
    Ze hebben een schepje waarin wat maïs wordt bijgevoerd een ander voor hennepzaad, een zak gerst om duiven kalm te houden en te voorkomen dat die te vet worden enzovoorts.
    Gerry, Willem Mulder en andere deskundigen zullen daar totaal anders over denken maar daar is niets mis mee.
    Ik ga gewoon af op wat ik zelf meemaak en bij anderen zie.
    Wel dient gezegd dat ik geen fond speel, edoch, er zijn zeer goede fondspelers die handelen als ik.
    Trouwens; vergelijk je hun voersystemen dan rijzen nog meer vragen dan je al had.
    Omdat ze allen anders handelen.
    Je kent dat wel; de een vindt gerst goud, de ander spreekt over “vergif”.
     
    TROUWENS
    Ik speel dus geen fond maar ooit was dat anders.
    In de 90-er jaren, toen het nog mocht, werden vluchten als Orleans, Chateauroux, Chartres en Bourges met jongen soms compleet opgerold.
    De laatste jaren werd in St Job (ZAV) gespeeld wat resulteerde in het 1e Algemeen Kampioenschap Fond 2010. Jongen fond dus.
    En daar mag je tegen de grote namen weinig mispeuteren om zo”n titel te halen.
    Met EEN uitslag zal ik laten zien waar ik heen wil; die van Bourges.
    5 Duiven werden gezet, 4 ervan wonnen prijs te beginnen met 1 en 2.
    Niet slecht dus.
    Die 5 duifjes kregen geen aparte behandeling, die zaten gewoon tussen de andere en van opvoeren was geen sprake.
    Het doet denken aan Blois in 2009 in Nederland, maar nu met oude.
    Ik wilde helemaal niet meedoen, speel zelden fond maar er werd zo”n mooi weer voorspeld dat ik een uur voor inkorven besloot met 3 duiven deel te nemen. Er werd begonnen met 9 en 12 tegen 9.334 duiven.
    Met duiven die dus ook tussen de andere zaten en waarbij van enige voorbereiding met betrekking tot voeren geen sprake was.
    Dan is er dat wonderbaarlijke fondduifje van die Nederlander. Het werd gespeeld vanaf het jonge duivenhok en kreeg weer hetzelfde (lichte) voer als de jongen.
    Letten op de hoeveelheid lijkt me van veel meer belang dan enkele procenten meer of minder van dit of dat.
     
    ADENO
    Een voordeel van steeds dezelfde lichte mengeling geven is ook dat je minder last zal hebben van Adeno.
    Er is een nauw verband tussen Adeno/Coli en de spijsvertering en die spijsvertering zal je minder belasten door steeds hetzelfde voer te geven.
     
    GELUK
    Overigens zijn het veelal dezelfde die elk jaar weer last hebben van Adeno. Daar zijn grote kampioenen bij dus met kwaliteit heeft het niets te maken.
    Na herstel kunnen die jongen later even goed presteren dan duiven die niet geïnfecteerd waren.
    Maar de fout die velen maken is dat ze duiven te snel terug spelen omdat ze ten onrechte denken dat die hersteld zijn.
    Waarom het veelal dezelfde hokken zijn die elk jaar prijs hebben weet ik ook niet.
    Wel heeft een en ander alles met weerstand te maken.
    Mijn duiven weten niet wat Adeno is (afkloppen) en ik denk dat ik daar een beetje geluk mee heb.
    Want wanneer slaat Adeno meestal toe?
    Juist voor het seizoen, na de stress van de eerste (leer)vluchten.
    Mijn jongen krijgen vaak een tik in maart. Ze trainen geen meter en zijn lusteloos. Ik denk dat ze tegen Adeno aanhikken, toch wordt er niet tegen opgetreden en als anderen problemen krijgen heb ik ze niet meer.
     
    WEER EEN
    Verheyen is overigens weer een kampioen die speelt op hokken met golfplaten. Als Andre Colbraendt dus zoals men verleden week in dit blad kon zien.
    Overwegende wat al geschreven is over hokken en verluchting, hoe het mensen uit de slaap houdt terwijl anderen elk jaar de verluchting compleet vernieuwen is het bijna gênant te zien hoe simpel het kan zijn.
    Even simpel als met voeren; gewoon golfplaten op die hokken.  
    Verluchting moet “langs boven” menen kenners, de vuile lucht moet langs daar weg. Vandaar die verluchtingspijpjes op daken en kurken onder de pannen.
    Bij Gaston van de Wouwer kan op geen enkel hok de lucht langs boven weg.
    En zoals hij zijn er velen. De kampioenen uit Zandhoven spelen bijna allemaal op hokken met golfplaten.
     
    RINGEN ER AF
    Wie heeft nog niet meegemaakt dat een pieper zijn ring afgeworpen had?
    Gevolg van te jong geringd of dunne pootjes (zie ik overigens niet graag!).
    Maar dat niet alleen.
    Vandaag merkte ik dat HETZELFDE jong drie dagen op rij de ring had afgeworpen.
    Was die daar zo allergisch voor vraag je je af.
     
    DRAGEN
    Al gauw gaan velen hun duiven weer dragen.
    “Dat kan begin maart al bij zacht weer” is de algemene opvatting.
    Van den Hoek had het altijd over 12 graden.
    Ook dierenartsen waarschuwen voor opleren en spelen bij koud weer en ik had er ook altijd schrik van.
    Maar na 2010 weet ik het niet meer.
    J Storms uit Sint Jozef Rijkevorsel had lak aan die theorieën over koud weer.
    Vanaf half maart werden zijn vliegers bijna elke morgen vroeg ingeladen voor een lapvlucht van 70 kilometer, soms bij temperaturen rond het vriespunt want het voorjaar 2010 was bitter koud.
    En het moet gezegd, dat leek zich te lonen. Hij speelde enorm.
    “Jammer voor Johan” meenden vitessekampioen Kris M en ik, maar die zal gauw het deksel op de neus krijgen.
    Niets was minder waar. De duiven bleven naar huis Stormen.
    Die zullen wel supergezond geweest zijn maar toch.
    Ik vertelde een streekgenoot over Storms.
    “Dat ga ik ook doen” zei die en begon meteen te rijden, dat kon nog net.
    Amper 2 weken later kwam hij niet meer op de uitslag.
    Weet U het nog?

     

     

     

     

     

  • Niemand meer miskend

    adschaerDe beste vitessespeler die ik ooit kende was Dilen uit Ravels bij Turnhout. Hij was van een andere generatie, kon mijn vader zijn, maar toch klikte het tussen ons.
    Tegen de bakker was destijds niet te spelen.
    Waarom de naam Dilen U dan niets zegt?
    - Hij speelde alleen vitesse, dat schiet publicitair niet op.
    - En hij speelde maar met een handvol duiven en dat werkt al helemaal niet. Om naam te maken, beroemd te worden zeg maar, moet je verdere afstanden spelen met veel duiven.
    Goed spelen hoeft niet.
    Van bijvoorbeeld Bourges slechts 20 prijzen pakken van 70 duiven is geen probleem om naam te maken. Met die 20 prijzen val je bij velen toch op.
    Met 5 prijzen op 5 val je niet op.
    Dilen was van het type Herman Bevers uit Sint Job. Die durft met 2 duiven mee ook 1 en 2 spelen op Quievrain en Noyon.
     
    WEINIG DUIVEN
    Sommigen vinden het spelen met massa”s duiven een teken van angst. Die massa-inkorvers zouden niet met weinig duiven durven spelen uit vrees op de bek te gaan.
    Toch zijn er massa inkorvers voor wie dat niet opgaat.
    Een enkele keer zie je ze met weinig duiven spelen en dan staan ze er ook.
    Dilen was een man die die massa inkorvers juist graag zag komen. Wat dat betreft was hij als Albert Marcelis destijds. Van niemand bang.
    Dilen speelde zelden met meer dan 5 duiven en kwekers had hij helemaal niet.
    Jongen fokte hij uit de vliegers en ik kon dat begrijpen.
    Die vliegers waren immers stuk voor stuk bewezen klasbakken.
    Een duif van 2 jaar was een goede of een dode.
     
    BOEKHOUDING
    Uitslagen hield hij amper bij, die kreeg ik.
    Voor hem gold de volgende vlucht; niet die van 2 jaar terug.
    Als hij sprak over een mindere uitslag betekende dat dat een van zijn duiven zijn prijs gemist had.
    4 Duiven mee betekende normaal gesproken ook 4 prijzen en 2 series 2.
    Of hij dan niets opschreef?
    Jawel, maar daarin was hij anders dan de meeste.
    Hij had van elke duif een fiche met daarboven een Q (van Quievrain) of de N van Noyon. Overigens heb ik hem het woord Quievrain nooit uit horen spreken. Hij had het altijd over “de grens”.
    Op zo”n fiche stonden niet de prijzen van de duif, nee dat zag er uit als volgt:
    Q:
    87-6334465:
    4 mei:   Gezet 80 fr.   Trekke 320 fr.
    11 mei Gezet 110 fr   Trekke 740 fr.
    En zo van elke duif een heel jaar door.
    “Gezet” betrof uiteraard het gepoulde geld, “trekke” het bedrag dat de duif opbracht.
    Op het eind van het jaar wist hij van elke duif wat die verdiend had.
    En gekost dan?
    Zo iets bestond bij hem niet.
    Tenminste niet op het eind van het jaar. Toen was zo”n duif vertrokken.
     
    SOORT
    Wat voor soort duiven hij had?
    Zeker geen gekochte duiven. Hij had geld zat maar geld aan duiven geven deed hij niet, af en toe een bon kopen wel.
    Hij was een gezelschapsmens zoals destijds zo velen, de sport was ook nog niet zo gecommercialiseerd als nu en met de plaatselijke concurrentie werd gewoon geruild.
    Tijdens de vluchten probeerde men elkaars geld af te pakken, in de winter stond men klaar als een “maat” ergens goesting in had.
     
    GEEN KEURDER
    Merkwaardig was ook dat hij amper een duif vast kon houden. Iets overdreven misschien maar een duif een vleugel open zien trekken heb ik hem nooit zien doen, een duif in de ogen kijken nog minder.
    Hij kon zich wel verbazen over het feit dat anderen, vooral Duitsers, de marken lieten rollen bij streekgenoten die sportief gezien niets voorstelden.
    Hij keurde een duif op zicht en op gezondheid. Die moest een heel jaar strak zitten, alles zien en vooral presteren dus, ofwel het poulegeld meer dan terug verdienen.
    Of een duif groot was of klein, of van een bepaald soort interesseerde hem niet.
    Ooit kreeg hij van iemand duiven met een stamkaart van hier tot ginder.
    De stamkaarten verdwenen meteen in de prullenbak, de duiven kregen een kans alleen omdat die er zo gezond uitzagen.
     
    OPLEREN
    Toen hij me eens zei geen “naft” te spenderen aan opleren geloofde ik hem meteen.
    Liegen lag niet in zijn aard en mensen die tegen hem logen hadden er gelegen.
    Hij bracht zijn oude hoogstens 3 keer weg voor het vliegseizoen en de jongen weinig meer.
    Dat was nooit verder dan 10 kilometer !!
    Mensen die hun duiven 50 km of verder opleerden vond hij sukkelaars.
    Na die lapvlucht van 10 km konden ze de grote mand in voor Halle (ongeveer 90 kilometer) en dan Quievrain.
    Meer moest dat niet zijn voor duiven waarmee je wat kon verdienen en andere wilde hij niet.
     
    MEDISCH
    Zoals veel ouderen met centen leefde hij zuinig behalve als het pinten pakken betrof.
    Een dierenarts bezocht hij nooit.
    Toen hij me eens een pieper in handen gaf die niet strak zat zei ik “waarschijnlijk wat trichomoniase”.
    “Trichomoniase? Waar kun je dat bij eten? vroeg hij.
    Ik zei dat sommigen dat ook geel noemden, een typische duivenkwaal en dat hij best een kuurtje gaf.
    “Mankeert zo”n duif dan iets?” vroeg hij voor alle zekerheid.
    Ik knikte.
    “Dan weet ik daar wel raad mee” zei hij, ik verloor hem even uit het oog en wat later kwam hij terug met in de ene hand een bijl en in de ene een halve duif.
    “Die heeft geen geel meer.”
     
    EN NU
    Tijden veranderen en nu zijn Boeckx en Vloemans de smaakmakers op vitesse in het Turnhoutse.
    En hoewel overijverige pennenridders uit vooral Duitsland proberen een ras te plakken op de Vloemansduiven weet die zelf beter.
    “Het is de soort van nonkel Jaan die hier zo presteert” zegt hij eerlijk.
    Ikzelf haalde bij Dilen 5 duiven. Het waren 5 goede.
    Toch werden ze verwijderd omdat ik meende dat ze geen afstanden aankonden. Een misvatting zo zou blijken.
    Zoals het destijds ook een misvatting was geen duiven te halen bij Jan Diels, ook een vitesser tegen wie niet te vliegen was.
    Diens neef Rudi en Leo Heremans waren slimmer en lukten er fenomenaal mee.
    Of het in 2011 nog kan om met “het Dilen systeem” uit te blinken?
    Dus zonder medicatie, met weinig opleren en weinig duiven?
    Op de vitesse heel zeker.
    Of Adriaan nog met duiven zou spelen als hij nog leefde weet ik niet.
    De lol van duivensport was voor hem de vrienden aan hun centen zitten, zoals met kaarten. Maar het geldspel is zo goed als verdwenen. Zoals ook veel liefhebbers.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

Vraag en Aanbod

Heeft u iets te koop? Zoekt u iets? Stuur ons een mailtje.

Bekijk hier alle advertenties.

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © 2014 Msn Duivensport.